De 'Blind-Spot' van de 21e eeuw

Hoe een duurzame verandering tot stand te brengen?

Dit is een essentiële vraag in een tijd van permanente globale crisis, die ook wereldwijd steeds meer een individuele aangelegenheid zal worden. Een globale crisis die in drie ‘social divides’ samen te vatten is, namelijk:

1. Ecologisch: op dit moment gebruikt de mensheid 1,5 keer de hoeveelheid natuurlijke grondstoffen beschikbaar op planeet aarde. Dit met de consequenties dat 1/3 van de landbouwgrond gedurende de afgelopen 40 jaar is verdwenen en tegen 2030 de voedselprijzen wereldwijd met 50% gestegen zullen zijn. 

2. Sociaal: 3 miljard mensen leven van minder dan 2,27 euro per dag. Ondanks vele pogingen tot economische en sociale hervorming is dit probleem – de afgelopen decennia – nauwelijks afgenomen. 

3. Spiritueel-cultureel: Er sterven elk jaar 1,5 miljoen mensen door geweld waarvan 800.000 door zelfmoord. Dit betekent dat elke 40 seconden iemand zelf kiest om te sterven. 

Ten grondslag aan deze drieledige crisis ligt een groeiende scheiding tussen (1) de mens en natuur, (2) de mens en de ander en (3) de mens en zijn potentiële Zelf.

The blind-spot

Vier researchers (Betty Sue Flowers, C. Otto Scharmer, Joseph Jaworski , Peter Senge), verbonden aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology), startten in 2004 een diepgravend onderzoek naar een sociale technologie, die een helende – lees: heel makende – werking op deze drie ‘social-divides’ kan initiëren.

“Never doubt that a small group of thoughtful, committed citizens can change the world. Indeed, it is the only thing that ever has.”
– Margaret Mead

De ontdekking die door hen werd gedaan is verrassend: het resultaat dat wij creëren, in welk sociaal systeem dan ook, is een functie van de kwaliteit van inzicht, aandacht en bewustzijn van de deelnemers die in het systeem opereren. Deze innerlijke plaats van waaruit systemen worden vormgegeven zien zij als ‘the blind spot’ in een samenleving die procesmatig (hoe) en resultaatgericht (wat) is ingericht. Gevolg hiervan is dat zij tot de volgende conclusie komen: wij kunnen de gedragingen van het systeem niet veranderen zonder de kwaliteit van aandacht en bewustzijn van de mens, ten opzichte van hun acties binnen het systeem, zowel individueel als wel collectief, te transformeren.

“If you know the why, you can live any how.”
– Friedrich Nietzsche

Na een grondige studie van vooraanstaande leiders, spirituele tradities en wetenschappelijke onderzoeken kreeg de methodologie vorm onder de wat formele naam Theory U, met als centraal begrip: presensing. Een combinatie van sensing (aanvoelen van de toekomstige mogelijkheden) en presence (staat van zijn in het huidige moment), wat samengevoegd betekent: aanvoelen en actualiseren van de hoogste toekomstige mogelijkheid, door te handelen vanuit hetgeen in het moment wil ontstaan. Een methodologie die zich dus richt op de ontluikende toekomst, door je, in het moment, te verbinden met een dieper weten. Een bron van creativiteit, omdat dit dieper weten de aansluiting in de actualiteit – het nu – is, met het eigen toekomstige hoogste potentieel.

“You can’t connect the dots looking forward; you can only connect them looking backwards. So you have to trust that the dots will somehow connect in your future. You have to trust in something – your gut, destiny, life, karma, whatever. This approach has never let me down, and it has made all the difference in my life.”
– Steve Jobs

Vier vormen van dialoog

Maar omdat het geen studie over verandering, maar een studie naar verandering is, is de vraag: hoe dit toepasbaar te maken? Laten we ‘dialoog’ als uitgangspunt nemen. Herinner hierbij dat de kwaliteit van het resultaat afhankelijk is van het bewustzijn van de participanten in het systeem. De verschillende, hier schematisch weergegeven vormen van dialoog, schetsen de kwalitatieve niveaus van menselijke interactie binnen de context van conversaties:

“Energy follows attention”
– Otto Scharmer

1. Downloaden (Ik-in-Mij) :

De luisteraar hoort ideeën, gedachten en mentale modellen waar hij comfortabel mee is. Deze mode van spreken en luisteren laat niet toe dat er iets nieuws ontluikt, of dat de sociale realiteit (gesprek) waar spreker en luisteraar zich in bevinden gezien wordt (meta-conversatie: conversatie over de conversatie). Dit leidt tot herhaling van oude patronen, met als resultaat dat de ontluikende toekomst niet gezien wordt, door het vasthouden aan ervaringen uit het verleden.

2. Feitelijk luisteren (Ik-in-Het) :

Goede wetenschappers zijn hier meester in: zij kijken en luisteren naar wat er feitelijk gebeurt, zonder vast te houden aan eerder opgestelde theorieën. Ze zien zelfs de feiten die geheel tegen hun eerder gestelde hypotheses ingaan. Deze manier van luisteren verbindt met de wereld, maar mist het openstellen voor sociale complexiteit.

3. Empathisch luisteren (Ik-in-Jou):

De luisteraar ziet vanuit het perspectief van de ander, vanuit een zo helder mogelijk begrip van de omstandigheden van de spreker. Hierbij hoeft de luisteraar het niet eens te zijn, maar hij respecteert het andere perspectief omdat het voor de ander een werkelijkheid is. Hierbij verlies je, ten opzichte van het feitelijke luisteren, de objectieve distantie. Door je oor te luister te leggen bij de innerlijke hartslag van het geobserveerde subject, kijk je, als het ware, mee door de ogen van de ander.

“Dit inzicht, dat zichzelf uitdrukt in wat Imaginatie wordt genoemd, is een zeer verheven wijze van zien. Het wordt niet door studie verworven, maar door het intellect dat daar waar waar het ziet aanwezig is en dat met de stroom of de keten der verschijningsvormen meebeweegt en ze zo voor andere transparant maakt. De stroom der dingen is stil. Zullen ze er iemand die er woorden – een naam – voor zoekt verdragen? Een spion niet; maar een minnaar, een dichter, transcendeert hun eigen natuur – hem zullen ze verdragen. Wat de dichter aangaat : voorwaarde voor het vinden van de ware naam is dat hij zich overgeeft aan de goddelijke aura die door de verschijningsvormen heen ademt en deze vergezelt.”
– Ralph Waldo Emerson

4. Generatief luisteren (Ik-in-Nu)

Een jazz ensemble als voorbeeld: de muzikant hoort zijn eigen instrument tegelijk met het geheel terwijl er iets nieuws wordt gecreëerd. Dit is het innovatief luisteren en spreken waarbij deel en geheel samenvallen zonder elkaar uit te schakelen. Bij deze ervaring van het generatief luisteren vertraagt de tijd en wordt de waarneming scherper.

“Benader iemand zoals hij is en hij zal zo blijven. Benader hem zoals hij kan worden en hij zal zo worden.”
– Johann Wolfgang Goethe

Uit deze omschrijvingen moge duidelijk zijn dat de plek van waaruit men spreekt de kwaliteit van de dialoog diepgaand beïnvloedt. Dit besef werpt licht op de ‘blind spot’, de innerlijke ruimte van waaruit men in interactie staat binnen een systeem, in dit geval een dialogisch systeem.

De transformatie van de drie obstakels

Wat zijn nu de obstakels op weg naar sociale transformatie, bekeken vanuit het voorbeeld van een dialoog op individueel niveau?

Het maken van de beweging van een ‘downloadende’ houding ten opzichte van het systeem naar een feitelijke interactie wordt in de weg gestaan door de ‘Voice of Judgment’ (VOJ), ofwel de blokkade van de ‘open mind’. Lukt het om een ‘open-mind’ te cultiveren, dan kijk je met nieuwe ogen naar de wereld, en wel op een feitelijk objectieve wijze (Intellectual Intelligence).

Om deze, misschien wat abstract klinkende, begrippen te bezielen, volgt hieronder een fragment uit de film 12 Angry Men, waarin twaalf mannelijke juryleden in een Amerikaanse rechtbank een beslissing moeten maken over een van moord beschuldigde tiener, woonachtig in de achterbuurten van New York. Elf tegen één is de eerste stemmingsronden, waarna jurylid nr. 8, die als enige tegen de veroordeling heeft gestemd, geleidelijk het vooroordeel (VOJ), door middel van argumenten, transformeert naar een ‘open-mind’ approach, en daarmee een collectief feitelijk luisteren mogelijk maakt. Daardoor kan de ‘Intellectual intelligence’ gaan stromen. Dit fragment toont aan, hoe sterk de weerstand is om de VOJ los te laten en in het gebied van de ‘open-mind’ te betreden.


Deze scène kan geïnterpreteerd worden als een exteriorisatie van de ‘blind-spot’; het is een eerste oriëntatiepunt in de verkenning van de innerlijke ruimte, en geeft een voorbeeld van hoe iemand zich wegdraait van de VOJ of het, zoals in het einde van het fragment gebeurt, met zekerheid en vastberadenheid de rechtmatige plaatst toewijst.

Als tweede obstakel op weg naar het verbinden, in het nu, met een dieper weten, komt men de ‘Voice of Cynicism’ (VOC) tegen. De VOC blokkeert het ‘open-heart’; het hart geeft als ‘orgaan van perceptie’ de mogelijkheid de ander te zien als ander. Heroriënteert men de aandacht voorbij het verlammende cynisme naar het hart, dan treedt men binnen het gebied van de ‘Emotional Intelligence’.

Omdat het over het hart gaat, moet men dit veeleer voelen dan begrijpen; daarom een tweede filmfragment, nu uit de film 12 Years a Slave. De Afro-Amerikaan Solomon Northup leeft als vrij man in Saratoga Spring in 1841, tot het noodlot toeslaat en hij als slaaf wordt verkocht aan een boerderij in New Orleans. Ondanks het gedeelde lot, identificeert Solomon zich niet met de andere slaven aldaar. Hij kijkt zelfs, bij momenten, op hen neer omdat hij, in tegenstelling tot hen, een vrij man was. Het is pas aan het eind van de film, bij de afscheidsceremonie van een gestorven slaaf, dat Northup zijn cynisme tegenover zijn lotgenoten overwint en zijn hart openstelt.

De scène geeft de mogelijkheid om de toeschouwer zelf de kwaliteit van het hart te laten ervaren. Deze scène uit de film wordt hierdoor een ijkpunt voor de transformatie van de ‘Voice of Cynicism’ naar een ‘open-heart’.

Als men vanuit het hart handelt staat men in een intieme verbinding tot de creatieve voedingsbodem van de werkelijkheid, men is nu ontvankelijk voor het nieuwe dat geboren wil worden. Maar uit de logica van het nieuwe komt onherroepelijk naar voren dat het nieuwe weliswaar gevoeld wordt, maar alsnog onbekend is. En al het onbekende is eng, omdat elke geboorte om een loslaten van het oude vraagt, om zo het nieuwe ruimte te geven. De verbinding met het oude is vaak sterk en het loslaten hiervan gaat dan ook gepaard met de ‘Voice of Fear’ (VOF) als wachter op de drempel van de ‘open-will’.

Dit loslaten van het oude om in verbinding te treden met het nieuwe dat geboren wil worden, wordt in een van de laatste scènes uit de film Jagten op ontroerende wijze weergegeven. Het verhaal gaat over Lucas, een kleuterleider in een klein dorp in Denemarken die beschuldigd wordt van seksueel misbruik van de kleuter Klara, die tevens de dochter van zijn beste vriend is. De gesloten dorpsgemeenschap oordeelt snel, met een weerzinwekkende heksenjacht op Lucas als gevolg. Pas wanneer Klara aan het eind van de film vertelt dat Lucas onschuldig is, onschuldig omdat hij haar liefde niet beantwoordde en zij daarom vertelde dat hij haar misbruikt had, geven de meeste dorpelingen hun ongelijk schoorvoetend toe. Het verhaal eindigt een jaar later, op een jachtfeest.Terwijl Lucas met de voorbereidingen bezig is, ziet hij Klara in de deuropening staan, ze durft niet naar binnen omdat ze niet over de vlekjes op de vloer durft te lopen.

Vergeet niet de ondertiteling aan te zetten.


De VOF is bij Lucas, ondanks zijn onschuld, zeer sterk. Wat als de dorpelingen hem met Klara in zijn armen zien? Toch besluit hij het oude los te laten (zijn identiteit als ‘schuldige’) en zodoende toegang te krijgen tot de ‘open-will’ (een hulpvaardig mens zijn). Dit wordt gevisualiseerd door het dragen van Klara naar de andere kant van de kamer.

De realiteit van het Zelf

Heeft men de VOJ, VOC en de VOF getransformeerd in een open-mind, open-heart en een open-will, dan komt men in het generatieve gebied van de werkelijkheid, met andere woorden: het actuele zelf legt een verbinding met het toekomstige hoogste potentieel: het Zelf. Deze individuele ervaring met het Zelf staat in verbinding tot de twee kernvragen van de mens: 1) Wie ben ik? 2) Wat is mijn werk?

Legt men, in het nu, de verbinding met het Zelf, dan overwint men op persoonlijk niveau de drie eerder globaal geschetste social-divides. Men ervaart de eenheid van de werkelijkheid voorbij de scheiding: 1) tussen mens en natuur, 2) tussen mens en de ander, 3) tussen mens en zijn toekomstige Zelf.

Een inspirerend voorbeeld van zo’n proces is de film Whiplash, waarin de ambitieuze conservatoriumstudent Andrew Neyman de VOJ, VOC, VOF – verpersoonlijkt door zijn mentor Terence Fletcher – overwint tijdens het slotconcert. Maar vooraleer hij in overeenstemming met zijn hoogste potentiële Zelf is, wat overigens weergaloos in deze scene is weergegeven, moet hij zijn oude identiteit en intentie achterlaten. Wat zoveel betekent als de autoriteit van zijn mentor Terence Fletcher loslaten om zodoende ruimte te maken voor het nieuwe, de verbinding met het potentiële Zelf. Merk tijdens het fragment op dat deze ‘rite de passage’, waarbij Andrew loslaat, gepaard gaat met het moment dat hij opgeeft. In dit moment van opgeven ziet hij zijn vader in een uitgesproken burgerlijk conformisme als de tegenhanger van het hoogste potentiële Zelf. Op dat moment van het bijna, overigens letterlijk en figuurlijk, omarmen van zijn vader en alles waar deze man voor staat, stelt hij zich de essentiële vragen: wie ben ik en wat is mijn werk? Deze vragen bewust voelend doet Andrew beseffen dat zijn vertrek de verloochening van zijn Zelf zou zijn. Dit diepere weten doet hem dan ook besluiten zijn vader de rug toe te keren en alles los te laten, om zich te verbinden met het, in het nu manifesterende, hoogste potentieel, zijn hogere Ik ofwel het Zelf.


Uit deze grandioze finale wordt duidelijk dat wanneer de aansluiting met het Zelf in het nu is gevonden, de drie ‘voices’, die gerepresenteerd worden door leermeester en dirigent Terence Fletcher, geen tegenkrachten meer zijn, maar in dienst komen te staan van de ontluikende handeling, in dit geval de performance, en zodoende ‘de vroedvrouw’ worden van het materialiseren van de diepste persoonlijke innerlijke intenties. Deze openbaring van het hogere Zelf verschijnt niet door abstracte analyses, maar door de wijsheid van het lichaam dat het voertuig van de ‘open-will’ is. Men voelt zich gedragen door iets groters.

“Bezing mij, o Muze, de vindingrijke man, die zeer veel rond zwierf, nadat hij de heilige stede van Troje verwoest had.”
– Homeros

Intentie en kristallisatie

Is men afgedaald en heeft men de verbinding gelegd met het hogere Zelf, dan weet men wat de antwoorden zijn op de twee essentiële vragen:

1. Wie ben ik?
2. Wat is mijn werk?

Dit eigen antwoord, dat in geen geval van buitenaf is opgelegd, vormt het kompas dat richting geeft. Dit kompas is de intentie die men in de interactie met de wereld meedraagt. Mensen die door middel van zo’n diep doorleefde intentie handelen zijn weerbaarder tegen externe beloning, onderdrukking en manipulatie omdat zij een toekomstige mogelijke wereld in zich dragen, die in de gedachte, het gevoel en de wil leeft en zodoende transformerend werkt op de werkelijkheid waarmee zij in interactie staan.

Maar zo’n immateriële intentie is kwetsbaar, zeker in een wereld waarin de tendens heerst alleen het zichtbare, tastbare, concrete een werkelijke waarde toe te kennen. En toch, door middel van het zelfstandig doorleven van de eerder genoemde stappen, zal het besef groeien dat de toekomst die gerealiseerd wil worden, en die in een intentie bewustgemaakt is, innerlijk in het hart moet leven voordat het daadwerkelijk gematerialiseerd kan worden in processen die tot functionele resultaten leiden. Wordt deze weg overgeslagen, op basis van het huidige ongeloof in de hiervoor geschetste innerlijke voorbereiding, dan zal het resultaat zelden duurzaam in de werkelijkheid gegrondvest worden. Natuurlijk is er een snellere weg, de weg van de externe beloningen, de manipulatie en in zijn uiterste consequentie de mentale en fysieke dwang; de overbekende methode van onderdrukking. Kortom, wanneer men de wereld in beweegt vanuit de gevoelde intentie, vanuit de eerder gecultiveerde ‘open-wil’, door middel van het loslaten van het oude, is er moed nodig om de eerste stappen in het uitkristalliseren van de mogelijke wereld te zetten.

1984 toont een dystopie waarin al het menselijke vernuft wordt ingezet om de ‘blind-spot’ onzichtbaar te houden en zodoende elke vorm van innerlijke vrijheid en dus van activiteit op basis van een zelf gevormde intentie tegen te gaan. De menselijke waardigheid is ook volgens Orwell de ‘blind-spot’: het eigen innerlijk, weerspiegelt in een groen landschap dat in schril contrast staat met de grijze, geobjectiveerde metropool waar de dictatuur van ‘big-brother’ zijn invloed doet gelden. In deze arena is Winston Smith, een medewerker voor de partij van de waarheid, de protagonist. Hij keert zich geleidelijk van het regiem af (de VOJ overwinnen door een open-mind te cultiveren) met als eerste stap het kopen van een dagboek waarin hij zijn gedachtes begint te noteren. Dan wordt hij verliefd op Julia; samen herontdekken ze hun menselijkheid (voice of cynicism naar een open-heart). Maar lang mag dit niet duren, want de gedachtenpolitie komt hen op het spoor. Dan wordt Winston gearresteerd en op vreselijke wijze gemarteld – zonder dat hij breekt. Dit omdat hij voorheen de toegang tot de ‘blind-spot’ heeft gevonden en zodoende de verbinding met Julia heeft gemaakt waardoor hij de innerlijke intentie heeft gevormd om bij haar terug te komen. Dan wordt hij overgebracht naar het gevreesde ministerie van de liefde, alwaar hij in ‘room 101’ aan zijn grootste angst wordt blootgesteld. Een angst die Orwell door het boek heen met een … heeft aangegeven, zodat de lezer zijn eigen angst in de tekst kan plaatsten. Hieronder de scène die Winston Smith doet breken en hierdoor Julia verraadt en daarmee afstand doet van zijn eigen intentie, ofwel: zijn innerlijkheid bezwijkt onder de externe dwang van het regiem.

Hieruit moge duidelijk zijn dat het werken vanuit de ‘blind-spot’, tenminste volgens Orwell, de weg is naar transformatie en hierdoor ook de grootste angst van welke dictatuur dan ook is. Dat het cultiveren van de innerlijke activiteit van deelnemers in een systeem dan ook stuit op veel weerstand is te begrijpen, omdat het lijnrecht tegen elke vorm van manipulatie ingaat en zodoende bestaande systemen en bijkomende resultaten kan bevragen en transformeren. Dat de eigen innerlijkheid op dit moment de ‘blind-spot’ is, is zeer verontrustend omdat het logischerwijs betekent dat disciplinering het overneemt van zelfsturing.

Prototype

Heeft men inzicht in de twee kernvragen, waarin men bewust is geworden van de intenties van het het hogere Zelf, dan voelt men de energie vloeien en weet men wat men wil doen. Maar omdat dit zoals hiervoor beschreven immaterieel blijft, moet de mogelijke wereld gerealiseerd worden. Hierbij is het advies: ‘act in an instance’ door middel van het in de wereld brengen van een eerste prototype. Hiermee wordt bedoeld: het creëren van microkosmossen, die gelden als landingsbanen voor de toekomst die zich aandient; het zijn de ruimtes waarin gehandeld wordt vanuit het motto ‘analysis paralysis’.

Werken vanuit de idee van prototypes is het creëren zonder direct een perfect resultaat te willen behalen. Hulpvol hierbij is te denken in termen van ‘metamorphosis’, wat inhoudt dat elk nieuw prototype de voorgaande stap incorporeert op een hoger kwalitatief niveau. Omdat elke versie concreet en daarom zichtbaar is, is het belangrijk om het ontwerp te delen met zo’n breed mogelijke groep mensen om zodoende feedback te genereren op basis waarvan een nieuwe metamorfose kan ontstaan.


De eerste stap

De hierboven geschetste inzichten in de dynamiek van een veranderingsproces zijn beschreven vanuit individueel perspectief, maar kan, en hierover zal ik de komende maanden schrijven, ook vanuit collectief, institutioneel en globaal perspectief benaderd worden. De gemeenschappelijke deler is het uitgangspunt dat elk resultaat, in welke context ook, bepaald wordt door het bewustzijn en de aandacht van de deelnemers aan het systeem. Dit bewustzijn is de ‘blind-spot’ van deze eeuw en zal, wil er een duurzame verandering op gang komen, als onderdeel van een productieproces, aandacht moeten krijgen. Aandacht waar Theory U, als sociale technologie, een goede aanzet toe geeft. Een aanzet die de tools, richtlijnen en inzichten in zich draagt om bij te dragen aan de noodzakelijke productie van subjectiviteit in de 21e eeuw. Dit zal niet makkelijk worden, aangezien hiervoor de stem van het oordeel, het cynisme en de angst getransformeerd zullen moeten worden om zodoende aansluiting te vinden tot het hoogste potentiële Zelf dat zichzelf in het nu openbaart en zodoende richting geeft in het vormgeven van een nieuwe werkelijkheid.

“The rise of the buffered identity has been accompanied by an interiorization; that is, not only the Inner/Outer distinction, that between Mind and World as separate loci, which is central to the buffer itself; and not only the development of this Inner/Outer distinction in a whole range of epistemological theories of a mediational type from Descartes to Rorty;’ but also the growth of a rich vocabulary of interiority, an inner realm of thought and feeling to be explored. This frontier of self-exploration has grown, through various spiritual disciplines of self-examination, through Montaigne, the development of the modern novel, the rise of Romanticism, the ethic of authenticity, to the point where we now conceive of ourselves as
having inner depths.”
– Charles Taylor

Maar zodra we, al is het maar een glimp, inzicht krijgen in ‘de blind-spot’, dan is de reis al begonnen; een reis waar ik iedereen voor uitnodig omdat dit de verantwoordelijkheid is van het leven in de 21e eeuw, de eeuw van de globale paradox, waarin de scheiding tussen mens en natuur, de mens en de ander en de mens en zijn potentiële Zelf steeds meer een realiteit is geworden. Met als gevolg de persoonlijke, collectieve, institutionele en globale crisissen van dien. Dit begrijpende, kunnen wij ons identificeren met Frodo en Sam die voor de haast onmogelijke taak staan – in de Lord of the Rings – om de ring in het rijk van het kwaad (Mordor) te vernietigen. Toch gaan ze op weg, zetten zij de eerste passen, weg uit hun veilige omgeving (de Gouw), op weg naar het onbekende.